“Nou moeten jullie me toch eens uitleggen hoe je dat doet, remise spelen.” 

avatar

Menno van Steenis

10-voudig clubkampioen van Staunton
alt
foto: Eelke Heidinga

Menno kwam als jonge wiskundeleraar in 1957 na zijn studie Wiskunde in Leiden naar het Noorden en meldde zich als (ervaren) schaker daar bij Staunton. De heren van Staunton reageerden bij de ballotage (dat bestond toen nog) in de trant  van fijn, leuk… maar wel onderaan beginnen. ‘Maar ik ben kampioen van LSG Leiden,’ riposteerde Menno toen. ‘Nou vooruit in het tweede team dan maar,’ zei men met enige aarzeling. Hij heeft het ze uiteraard laten weten. Het werd een strafexercitie voor de heren van Staunton.

In de jaren daarna was Van Steenis de sterkste speler van Staunton. In het jaar 59-60 speelde hij voor Staunton in de Hoofdklasse/Meesterklasse op bord 1 , en wist een plusscore neer te zetten. Overigens was Henk Seijen er op bord 10 ook bij. Hieronder een partijtje uit 1973 uit de wedstrijd Staunton – Groningen, naar verluidt de laatste keer dat Staunton van Groningen won. Talent Baljon ziet alle kanten van het bord! (commentaar van dr. ir. J. C. Scheffer in het Dagblad op 2 maart 1973)

Het aantal kampioenschappen van Menno is op 10 blijven steken omdat de clubavonden hem steeds zwaarder vielen in combinatie met zijn werk als wiskundeleraar en zijn gezin. Na zijn pensionering rond 1996 ging hij weer intern spelen. Hij beleefde toen zijn tweede jeugd. In de periode van 1997-2001 speelde hij met jeugdig elan. De vlammende partij met zijn eigen gambiet (later geadopteerd door Erik Jan Hummel) tegen Jasper Geurink is misschien het meest overtuigende voorbeeld van zijn aanvalsdrift. Het was overigens de 1e KNSB wedstrijd voor Staunton na een flink aantal jaar in de promotieklasse van de Nosbo te hebben gebivakkeerd. Staunton verloor ruim van de jongens van Snelle Bob, 5,5 – 2,5 was de uitslag. Maar van deze partij was het slachtoffer zelfs jaren later nog diep onder de indruk.

In deze tweede jeugd speelde Menno mooie externe partijen: tegen oa Willem Bor, Jochem Snuverink en Tjalling Wiersma. Intern was vooral Joop Hummel nooit te beroerd om een principiële strijd aan te gaan. Hij was zo een geliefde tegenstander, én slachtoffer van Menno. In de jaren na de eeuwwisseling ging het langzaam maar zeker moeizamer. Zijn vurige aanvalsspel was met snellere vermoeidheid niet altijd een goede combinatie zoals ook blijkt uit dit stuk van Eelke Heidinga. Tot zijn hersenbloeding bezocht hij nog elke week trouw de club, bleef zijn stijl trouw en maakte nog menig slachtoffer!

Wachtwoord vergeten?