J.A. Wolthuis

Jan Aksel Wolthuis, het “foute” lid.  NOSBO kampioen en vijfvoudig Staunton kampioen.

door: Poppe Dijkhuis

Een maatschappelijk onaangepaste figuur mag je hem noemen, maar wel (erg) recht door zee en ook betrouwbaar. Hoe fanatiek hij ook was in de nazi-leer, hij heeft niemand verraden, hoewel het duidelijk is geworden, zowel tijdens zijn proces als op grond van verhalen van leden van Staunton, dat hij groot onheil had kunnen aanrichten indien hij met zijn kennis naar de SD was gegaan. Enkele leden van Staunton en Unitas  hebben omstreeks 1950 nog wel eens tegen hem gespeeld in “schaakcafé“ Schortinghuis aan de Vismarkt Z.Z.

Ik had geen idee wat ik aan zou treffen maar wat ik te zien kreeg bij het Rijksarchief overtrof alle verwachtingen. Het dossier liep tot begin jaren ’50 en steeds was het een herhaling van zetten van iemand die blijft volharden in het ingooien van zijn eigen glazen. Voor de oorlog had hij al geen beste naam in de Groningse rechtswereld en toen hij in 1941 solliciteerde naar het burgemeesterschap van de gemeente Slochteren, bracht de burgemeester van Groningen, Cort van der Linden, daarover het volgende advies uit. De heer Wolthuis moest vroeger beschouwd worden als links georiënteerd, naar communistische richting; zijn echtgenote komt uit een anti-militairistisch gezin. Als advocaat en procureur kan de heer Wolthuis niet ingedeeld worden bij de eersterangs kantoren, al staat hij niet positief te kwader zaak bekend. Of de heer Wolthuis geschikt zal blijken te zijn als burgemeester van een kleine gemeente lijkt mij zeer twijfelachtig; persoonlijk lijkt het mij dat de heer Wolthuis onder krachtige leiding wel de capaciteiten heeft een behoorlijke functie te vervullen maar zonder krachtige leiding zal hij tot de twijfelachtige karakters blijven behoren.

Het schaken komt slechts één keer aan de orde. In een voor de rechtbank opgestelde eigen verklaring over zijn doen en laten, verklaart Wolthuis het volgende:

“In Groningen kwam in het begin van 1942 een zekere Eggink bij me. Ik kende hem daar hij secretaris was van de Nederlandse Schaakbond. (1) Zijn zoon zou gefusilleerd worden daar hij had meegedaan aan het opvangen van afgeworpen kisten met wapens en daarbij op heterdaad was betrapt. Hij verzocht mij zijn enige zoon te redden. Daar ik respect voor hen heb die hun leven inzetten voor een ideaal spande ik mij hiervoor in en wist hem inderdaad weer vrij te krijgen.” (Eggink was hoofdredacteur van het KNSB-tijdschrift van ca. 1935-1950.)

Deze zaak kwam tijdens het proces niet aan de orde. Wolthuis werd veroordeeld tot 4 jaar hechtenis met aftrek; dat hield in tot 16 april 1949. Toen aan zijn advocaat advies werd gevraagd i.v.m. een verzoek om vervroegde invrijheidstelling verklaarde deze dat Wolthuis zijn zaak grondig had bedorven door zijn eigenzinnig optreden want de feiten waren niet ernstig. Na zijn proces ging hij weer terug naar Westerbork, waar het hem slecht beviel. Hij vroeg overplaatsing aan naar de mijnen waar hij het beter naar zijn zin had; bovendien kon hij wat geld overmaken naar zijn vrouw. Hij organiseerde daar echter ontvluchtingen en werd na ontdekking teruggestuurd naar Westerbork. Zelf was hij  ook twee keer ontvlucht en ging dan brieven schrijven naar allerlei instanties waarin hij wees op de misstanden in de kampen. In  Westerbork hoorde hij dat lieden als hij in aanmerking kwamen voor de jubileumafslag t.g.v. de troonswisseling in september 1948. Alle kampcommandanten adviseerden echter negatief. Op 1 maart 1949 liet men hem vrij; tot begin jaren ’50 woonde hij weer in Groningen. Hij wilde graag weer als advocaat aan de slag. In zijn verzoeken wees hij erop dat zijn idealen nog steeds dezelfde waren. (Terwijl België en Denemarken, waar de vorstenhuizen een verstandige houding hebben aangenomen, een relatief hoge graad van welstand hebben, staat ons land aan de rand van de ondergang) Uiteraard verklaarden alle adviseurs dat Mr.Wolthuis nooit weer zijn functie als advocaat en procureur zou mogen uitoefenen.

Wat tijdens het proces niet aan de orde kwam, waren zijn interne problemen met de NSB. In 1941 wilde hij Mussert afzetten en vervangen door Rost van Tonningen, eind 1944 werd hem door de baas van de Nederlandse SS, Feldmeijer, die eind jaren ’20 korte tijd in Groningen scheikunde had gestudeerd, te verstaan gegeven dat hij kon kiezen tussen krijgsraad of  aansluiting bij zijn club. Hij koos  voor het laatste, deserteerde met meeneming van een pistool en werd bij verstek ter dood veroordeeld. Hij dook onder in zijn ouderlijk huis. Misschien heeft hij zijn leven te danken aan het feit dat Feldmeijer in februari 1945 in de buurt van Raalte om het leven kwam na een beschieting van zijn auto vanuit de lucht.

In 1950 liepen de lieden die geen ernstige misdrijven op hun geweten hadden zoals verraad, mishandeling en erger weer vrij rond. De grote meerderheid wenste niets meer met het verleden te maken te hebben maar een kleine minderheid keurde weliswaar de misdaden van Hitler c.s. af maar bleef de fascistische leer trouw en wees er b.v. op dat zij toch de gevaren van het communisme juist hadden ingeschat  De leiding van deze groep had Jan Aksel Wolthuis en hij richtte in 1951 de “Stichting Oud Politieke Delinquenten” op. Wolthuis had aanvankelijk gekozen voor de provocerende naam “Stichting ‘45-’50 maar dat werd na felle protesten door de rechtbank in Amsterdam verboden. Eind 1953 komt het tot een proces SOPD versus Drees en de Staat en daar mag Wolthuis schitteren als woordvoerder (de status van advocaat was hem immers voor het leven ontnomen) en betogen dat de SOPD een organisatie was die uitsluitend sociaal-charitatieve doelen nastreefde. Veel publiciteit valt hem ten deel. In dat jaar richt hij met de ex-SS-er Paul van Tienen ook een nieuwe politieke partij op, de Nationaal Europese Sociale Beweging (NESB). Voor iedereen is het duidelijk dat het hier gaat om de nieuwe NSB. Antisemitisme is natuurlijk uit den boze maar de Molukkers moeten terug naar de Molukken en anders maar naar Suriname. Er moest ook een Anton-Mussert-Huis komen. Mussert was te goeder trouw en zijn proces deugde van geen kant. Er moest een ”Bronbeek” komen voor invalide SS-ers die aan het Oostfront hadden gevochten, want het is aan de Waffen-SS te danken dat de Russen aan de Oder-Neisse staan en niet aan de Noordzee. In 1955 wordt de NESB na veel processen, inclusief een terugverwijzing van de Hoge Raad, verboden en wordt Wolthuis tot twee maanden celstraf veroordeeld, die hij al in voorarrest heeft uitgezeten. Na nog vele wat minder geruchtmakende belevenissen in dit genre eindigt hij zijn “loopbaan” in 1982 als 80-plusser wanneer hij als “eregast” aanwezig is bij de oprichting van de Centrumpartij.

Wit: C.Scholtens.  Zwart: J.A.Wolthuis. Gespeeld 2 oktober 1934.

1. d4,d5; 2. c4,c6; 3. e3,Pf6; 4. Pc3,Lf5; 5. Db3,Db6; 6. Dxb6,axb6; 7. cxd5,cxd5; 8. Ld2,e6; 9. Lb5+,Pc6; 10. Pf3,Ld6; 11. 0-0,Ke7; 12. Pa4,Pd7; 13. Pe5? Hiermee krijgt zwart de partij cadeau. De combinatie vertoont een fors lek en verliest een pion. 13..Lxe5; 14. dxe5,Pcxe5; 15. f4,Ld3!; 16. Lxd3,Pxd3; 17. b3,b5; 18. Pc3,b4; 19. Pb5,Thc8; 20. Pd4,Ta6; 21. Le1,Tca8;  22. Lh4+,f6; 23. Tfd1,P3c5; 24. Le1,Txa2; 25. Txa2,Txa2; 26. Lxb4,g6;  27. Kf1,Kf7; 28. Kg1,b6; 29. Tc1?,Pd3. 0-1

Bron: Jaap Donselaar, Fout na de oorlog, fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990, oorspronkelijk verschenen als proefschrift in 1990 te Utrecht.

Wachtwoord vergeten?