H. Postma

Hessel Postma was clubkampioen in 1894, en wellicht ook in 1893. Net als E. Wieling was hij lid bij de Drie Schakels, de loge van de Odd Fellows hier in Groningen. En daar vonden wij in de archieven een aanknopingspuntje voor een verdere speurtocht.

“H. Postma (inderdaad dezelfde aanmeldingsdatum) [8-6-1899, zelfde aanmeldingsdatum als E. Wieling, red.] was medisch student en is lid gebleven tot 16-9-1933.Als reden voor zijn opzegging staat “bezuiniging” genoteerd (crisis ? . . . er zijn veel opzeggingen in die jaren).” Medisch student, en dat was genoeg om het balletje aan het rollen te brengen.

In 1903 is er een H. Postma die arts wordt. In 1905 wordt ene H. Postma aangesteld bij het Rijksopvoedingsgesticht voor meisjes in Zeist. Ook wordt hij psychiater bij de tuchtschool in Montfoort.

Het net sluit zich bij de benoeming tot Ridder in de orde van Oranje Nassau, en met een In Memoriam uit 1948 komt het hele verhaal bij elkaar. Dat levensverhaal, al is het wat medisch getint, volgt hieronder.

Maar eerst een partijtje uit zijn eerste kampioensjaar. Een partijtje, dat ik op de pagina gewijd aan Deelman niet heb durven tonen:

Wit: L.H.Deelman Zwart: H.Postma

Winterwedstrijd 1892-1893

1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. d4 Pxe4 4. dxe5? Lc5 5. Pd4

Goede raad is al duur want zo’n zet doe je niet voor je plezier. 5..De7 6. Lf4 Pc6 7. Pf5 Lxf2+ 8. Ke2 d5! 

Zie diagram. 9. Pxe7 Lxg4+ 10. Kd3 Pb4 mat.

Op de linkerpagina, rechtsonder de naam Hessel.

In Memoriam Dr. Hessel Postma

De 23ste October 1948 overleed Hessel Postma, ruim 80 jaar oud. Hij werd 5 April 1868 te Tjummarum in Friesland geboren en stamde uit een eenvoudig Fries boerengezin van elf kinderen. Met hem is een man van bijzondere kwaliteiten heengegaan. Zijn persoon was gekenmerkt door een hoge ernst, gevormd in een harde levensschool. Het lot was hem niet altijd gunstig en hij heeft soms meer aan de schaduw- dan aan de zonzijde van het leven vertoefd.

Het is niet zo eenvoudig een bevredigende levensschets van een persoon als Postma te geven. Zijn grote bescheidenheid deed hem weinig over zich zelf spreken, noch binnen de engere kring van zijn familie noch binnen die van, zijn vrienden en collega’s. Zij hebben dan ook voor zijn levensloop spaarzame bijdragen kunnen leveren. Het onderstaande ontleen ik aan de gegevens die zijn neef Dr. K. R. Postma mij verschafte, welke zijn geput uit enige korte aantekeningen, die hij bij het redderen van de nalatenschap ontdekte.

Postma werd eerst opgeleid tot onderwijzer. Hij volgde de lessen, op de normaalschool te Grijpskerk en daarna op de Rijkskweekschool te Maastricht. Na zijn examen werd hij benoemd tot onderwijzer bij het Lager Onderwijs te Grijpskerk en na het behalen van de diploma’s voor Frans l.o., Gymnastiek l.o. en m.o. ging hij naar Groningen, waar hij zich bekwaamde voor het eindexamen Gymnasium. Nadat hij dit met goed gevolg had afgelegd, liet hij zich inschrijven als student in de medicijnen aan de Groningse Universiteit. In het jaar 1903 werd hij tot arts bevorderd. Hij specialiseerde zich in de zenuw- en zielsziekten en werd in het bijzonder een leerling van Wiersma. Hij ging naar Parijs waar hij de lessen volgde van de grootmeesters Marie en Babinsky.

In 1905 vestigde hij zich te Zeist en werd al spoedig benoemd tot geneesheer aan het Rijks Opvoedingsgesticht voor meisjes aldaar en tot geneesheer psychiater aan de Tuchtschool te Montfoort. Gedurende 33 jaar was hij daar werkzaam. Tevoren had hij twee studiereizen naar de Verenigde Staten gemaakt, de eerste in 1919 toen hij met een regeringsopdracht werd uitgezonden om het tucht- en gevangeniswezen te bestuderen. Maar zijn belangstelling reikte verder, hij stelde belang in de Pueblo-cultuur in het Zuid-Westen der Verenigde Staten en hij verzamelde talrijke etnologische voorwerpen, die thans berusten in het Etnologisch Museum te Leiden. Postma promoveerde in 1924 met een proefschrift getiteld: “Experimenteel Onderzoek naar de betekenis van het geboortenummer”. Zijn promotor was Prof. Wiersma; hij kreeg het predicaat “Cum Laude”.

Van 1930 tot 1935 was hij docent aan de school voor Maatschappelijk werk te Amsterdam en behandelde daar de problemen der Criminele Psychologie. Wat zijn bibliografische arbeid betreft, behalve zijn proefschrift heb ik 19 publicaties onder de ogen gehad. Zijn eerste verhandeling betrof: Neue Methode zur Registrierung der Pulswelle. (Zentral Blatt für Physiologie van 1 Juli 1904.). Hij toonde zich daardoor een leerling uit de school van Wiersma. Zijn volgende artikelen waren vrijwel alle gewijd aan heb onmaatschappelijke kind, meer in het bijzonder het a-sociale meisje. V oor zover mij bekend is het laatste dat hij publiceerde: Menarche en anti-sociale Handeling. (Psychiatrische en Neurologische Bladen, Jaargang 1941 No. 2 ). Kort voor zijn dood deelde hij mij mede, dat hij bezig was met een nieuw onderzoek dat hem in hoge mate aantrok en waarvan hij belangrijke resultaten verwachtte.

Postma stelde belang in vele problemen, welke soms indirect met het anti-sociale meisje samenhingen of daarmede niet in enig verband stonden. Ik noem: De zorg voor minvermogende en armlastige lijders aan psychoneurosen (Psychiatr. en Neurolog. Bladen, Jaargang 1913, No. 5 ); De plaats van het Tehuis bij de verzorging van het misdeelde en misdadige kind (Tijdschrift voor Armenzorg en Kinderbescherming 2 Mei 1914); Arbeitstherapie für psychopathische Junge Mädchen (Psychiatr. en Neurolog. Bladen 1914, No. 3 ); Bijdrage tot de aesthetische aanleg van het psychopathische meisje uit het volk. (Brochure). De algemene Psychopathenwet als preventieve maatregel tegen anti-sociale handelingen (Psychiatr. en: Neurolog. Bid. 1915, No. 4 en 5 ); Het karakter bij het meisje met misdadige en anti-sociale neigingen. Kinderstudie No. 1922, Afl. 3 ).

Postma dorstte steeds naar kennis, ook buiten zijn eigenlijk gebied. Hij trachtte tot op het laatst zich nog vele vreemde talen eigen te maken. Hij beheerste naast Engels, Frans en Duits, ook Italiaans en Deens en hield zich onledig met de studie van het IJslands. Het bovenstaande moge getuigen, dat met Postma een rijk en welbesteed leven is heengegaan. Ik kende hem vele jaren, maar ons persoonlijk contact in het verenigingsleven (op buitenlandse congressen, op vergaderingen, in het bestuur der J. P. Heye-stichting) was ongeregeld. Zijn voordracht op het Psychisch-Hygiënisch congres te Parijs over het anti-sociale gedrag van het meisje in verband met het geboortenummer, trok zeer de aandacht. Hij was sober in zijn stijl en nog soberder met het gesproken woord. Hoewel welsprekendheid hem niet eigen was, boeide hij door degelijkheid en oorspronkelijkheid.

Zijn vrienden eerden hem om zijn karakter, zijn verstand en zijn goed hart. Hij negeerde zijn eigen persoonlijkheid, sprak nimmer over zijn lichamelijke bezwaren, die ondanks de ernst zijn geestelijke activiteit niet verhinderden. Hij was steeds bereid anderen hulp te bieden. Men moest hem echter goed kennen om zijn waarde als mens juist te schatten. Hij is als een wijsgeer door het leven gegaan en zijn gehele wezen komt tot uitdrukking in het fijn besneden ietwat melancholieke gelaat. Nietzsche zegt ergens: „Intellect alleen adelt niet, integendeel, er is altijd iets nodig om het verstand te adelen”. Dat iets bezat Postma.

F. S. M E IJE R S

Hessel Postma overleed op 23 oktober 1948, en ligt begraven naast vrouw Lura May Love (overl. 03-04-1962).

Begraafplaats Zeister Bosrust, Woudenbergseweg 46, Zeist, z3856

Wachtwoord vergeten?