“met alleen de Bird-opening kom je er niet!”

avatar

Cornelis Korver

In 1958 kwam ik naar Groningen om medicijnen te studeren. Voor het schaken werd ik lid van Ludendo Studemus, een subvereniging van Vindicat, voor de training was ik welkom bij Staunton, waarvan ik later lid werd. Het was de tijd van De Graaf (voorzitter), Scheffer, Bunt, Van Steenis, Seyen en vele anderen, die mij van tijd tot tijd aan hun zegekar bonden. Niet te vergeten Ernst Sprenger met zijn jaarlijkse snelschaaktoernooi bij hem thuis.

De zestiger jaren waren op schaakgebied enerverende jaren voor me. In 1962 organiseerde ik het Nederlands Studenten Schaak- en Bridgetoernooi, waarvan de wedstrijdleiding in handen was van de Heer Slavenkoorde van de KNSB. Winnaar werd Frans Kuypers, die later dat jaar seniorkampioen van Nederland werd en tweede werd de zittende seniorkampioen Tan. Ook voor het Niemeyer Kerst Jeugd Schaaktoernooi heb ik me een aantal jaren met enthousiasme ingezet.

In het Nieuwsblad van het Noorden zijn nog al eens wat onconventionele partijen van mij verschenen. Ik verloor ze weliswaar. Men vond mij over het algemeen een wilde speler. Remises waren aan mij niet besteed toen ter tijd.

Mijn memorabele deelname aan het NOSBO kampioenschap wil ik u niet onthouden. De partijen tegen de bovenste twee deelnemers won ik. Eén van hen, die tegen mij zwart had, speelde als eerste zet altijd G6. Mij op de fiets haastend van de tennisbaan naar de schaakclub, bedacht ik mijn openingszet B3 en won.

Ik kan met voldoening terugkijken op mijn Groningse tijd: Ludendo werd als Groninger Studs NOSBO kampioen en promoveerde naar de KNSB. Laurens Storms, Bennie Ahlers en zijn vriend Koos Zomer werden lid van Staunton.

Bij het doornemen van de NOSBO-mededelingen (No. 40 van oktober 1958 t/m No 114 van juni 1972) ontdekte ik in No. 100 dat ik ook nog wedstrijdleider ben geweest bij Staunton.

In 1972 trok ik naar het zuiden en werd weer lid van de Eindhovense Schaakvereniging, waar ik als jeugdspeler al had deelgenomen aan het Nederlands kampioenschap.

Bij de Eindhovense viel ik met mijn neus in de boter: een sterk eerste team met veel studenten van de TH.

Een wapenfeit was mijn partij tegen clubkampioen. René Moonen. De partij werd afgebroken bij de 40e zet. 

Ik kan het nu wel eerlijk bekennen. Voor de analyse van het eindspel heb ik de hulp ingeroepen van Henk Bunt. De partij is aan dit verhaal toegevoegd:

Ik miste mijn Ludendo schaakvrienden Snitker en Rathenau. We hadden altijd partijen geanalyseerd, openingen of eindspelen bedacht en verbeterd. Zo was ik ook aan mijn veel gespeelde Bird opening (f4) gekomen. Dat had mij geen windeieren gelegd, met andere woorden zoveel Elo-punten opgeleverd dat meedoen aan de voorrondes voor het kampioenschap Nederland in het verschiet lag. Dat ging me te ver. Ik voelde me dermate overgewaardeerd dat ik via een artikel in het Schaakbulletin verzocht mij lager in te schalen: met alleen de Bird-opening kom je er niet!

Naast het schaken was ook organiseren me niet vreemd. In mijn periode als voorzitter van de Eindhovense Schaakvereniging werd het nodige op poten gezet: het Kerst Jeugd Schaaktoernooi, dat nog steeds bestaat en jaarlijks rond de tachtig deelnemertjes trekt, op zaterdag straat-schaak in Eindhovens belangrijkste winkelstraat en een clubblad, De Raadsheer, dat overal met veel plezier gelezen werd. Van de partijen van die “jonge honden” uit Eindhoven viel wat te leren. Tegenwoordig bestaat De Raadsheer niet meer op papier. Het wordt op de computer gezet en is alleen nog toegankelijk voor abonnees.

Wachtwoord vergeten?